Thijsse's Hof in januari

14/01/2012

Graag wens ik alle lezers van mijn column een mooi  en gelukkig 2012. Laten we hopen dat het met de economie weer een beetje beter gaat. Maar laten we vooral hopen dat we in 2012 nu eens ècht vooruitgang gaan boeken met wereldwijde maatregelen om de wereld ook voor komende generaties leefbaar te houden.

Veel mensen laten de kerstversiering staan of hangen tot na Driekoningen. Dat is dus tot morgen, 6 januari. In Thijsse’s Hof hebben we in het Instructielokaal  de versiering zeker nog  tot en met a.s. zaterdag  7 januari. Dan vieren we met onze vrijwilligers het nieuwe jaar.

Waarom het nu over kerstversiering  hebben?  Dat is makkelijk uit te leggen. In  kerstversiering zit vaak hulst. En daar wil ik deze keer eens uitgebreid uw aandacht voor vragen.

Hulst (Ilex aquifolium L.)  is namelijk de enige wintergroene loofboom die oorspronkelijk voorkomt  in het noordwesten van Europa. Hij groeit daar, dus bij ons, bijna alleen maar op oude zandgronden. Dus hier bij ons in Kennemerland in de binnenduin bossen èn natuurlijk in Thijsse’s Hof.

Meestal blijft het een struik, maar soms ontwikkelt  hij zich tot een niet al te grote boom.

De mooie rode besjes doen het niet alleen goed in onze winterbloemstukjes.  Vogels zijn er ook dol op.

Thijsse had ook best een band met hulst. In zijn Verkade-album Winter, verschenen in 1909, schrijft hij er dit over:

“Wel vind ik het aardig, wanneer ik buiten in het wild hulsten aantref met stekelige bladeren aan de onderste takken en gave in den top. Daar is weer een heel verhaal aan vast. Men beweert namelijk, dat in het wild de hulst de gewoonte heeft, alleen stekelige bladeren voort te brengen zoo hoog als een grazende koe of een grazend hert kan reiken. Hoogerop is het niet nodig.

Ik behoef u niet te zeggen, dat deze bewering al heel dikwijls in twijfel getrokken is. Toch is het wel de moeite waard, er eens op te letten.”

Onze natuursporter, zoals hij zichzelf wel noemde, had natuurlijk gelijk. Eerst het zelf maar eens goed onderzoeken en dan conclusies trekken. In ieder geval kunt u in Thijsse’s Hof dit verschijnsel zien!

Maar nu direct ook een oproep aan u, lieve lezers en lezeressen. Kijk eens goed rond in de bossen en langs de bosranden waar u loopt. Staat er hulst?  Zo ja, u kunt zo vaststellen tot hoe hoog de stekelige blaadjes gaan. En het dan graag even melden, vooral  de vindplaats graag goed aangeven,  via onze website  www.thijsseshof.nl  ter registratie.

Uit de lofzang van Thijsse over de hulst wil ik u nog wat citeren:

“Ik houd vooral van de hulst, omdat hij het heele jaar door een goede vriend van de vogels is. ‘s Winters  geeft hij hun voedsel en schuilplaats, ’s zomers nestgelegenheid, vrij van katten.

Een hulsthaag is ondoordringbaar voor dat roofgespuis, als ge maar niet onder de struiken harkt. De bladeren vallen in Mei en Juni, nadat het nieuwe lot zich ontwikkeld heeft. Ge begrijpt, dat uit zoo’n laag harde, verdroogde hulstbladeren duizenden stekelpunten omhoog prikken en daar  kan poes met al haar behendigheid niet doorheen. Ik heb zelf wel eens op handen en knieën door zoo’n haag moeten sluipen en weet er dus van mee te praten.”

En niet alleen Thijsse had grote liefde voor deze plant. Door de eeuwen heen is hij bij de mensheid, ondanks zijn stekelige bladeren zeer geliefd. Je kunt er prima een beschermende heg rond de (moes)tuin mee vormen. Maar in vroeger tijden was die liefde er ook door de geneeskracht die van blad, bes en bast uitging. Vooral een thee getrokken uit in juni geplukte jonge bladeren was als middel  tegen bronchitis en griep erg in trek. Hulst hoort tot de bomen van Saturnus, die mens en dier taai en winterhard  maken. Vroeger maakte men ook zogenaamde winterthee. Die werd getrokken van hulstbladeren, dennennaalden, jeneverbessen en gedroogde dennenspruiten. Dat hielp tegen griep, bronchitis, hoest, jicht en reuma.

Reuze interessant die hulst!

Nu maar lekker naar buiten. Uitkijken naar de hulst. En droom er maar van voor altijd verlost te kunnen zijn van al die winterkwaaltjes.

 

Willem Holthuizen,

Voorzitter Thijsse’s Hof.                                                     

Foto: Hulst (Ekke Wolters)

 

Deze column is ook verschenen in Het Weekblad Kennemerland-Zuid.